WUR-analyse: groei biologisch biedt kansen, maar vraagt om marktgroei
Een flinke groei van de biologische melkveehouderij kan licht positief uitpakken voor duurzaamheid in de hele sector. Dat blijkt uit een analyse van Wageningen University & Research (WUR). De studie kijkt naar effecten op onder meer waterkwaliteit, biodiversiteit, klimaat, dierenwelzijn en circulariteit. Nederland wil dat 15 procent van het landbouwareaal biologisch wordt. Voor de melkveehouderij betekent dit ongeveer een verdrievoudiging. Daarom is binnen het Marktprogramma Verduurzaming Dierlijke Producten, waar KNS partner in is, een regiegroep gestart. Daarin zitten onder andere de zuivelindustrie, vleessector, retail, biologische sector en het ministerie van LVVN. Samenwerking is nodig om goede keuzes te maken. Opschaling van biologisch moet namelijk passen bij beleid, productie én afzet.
Wat laat de analyse zien?
Biologische bedrijven werken extensiever, houden minder dieren per hectare en gebruiken geen kunstmest of chemische gewasbeschermingsmiddelen. Daardoor zijn de effecten vooral positief voor waterkwaliteit, biodiversiteit en landschap. Voor andere doelen zijn de effecten neutraal tot licht positief.
Op lokaal niveau kunnen de voordelen groter zijn, bijvoorbeeld in gebieden rond natuur. Daar kunnen biologische bedrijven bijdragen aan doelen voor natuur, waterkwaliteit en stikstof.
De analyse geeft daarmee aanknopingspunten voor gebiedsgericht beleid. Biologische en gangbare bedrijven kunnen elkaar in een gebied aanvullen, zodat doelen haalbaar blijven en ondernemers keuzes kunnen maken die passen bij hun bedrijf.
Het WUR-rapport is opgesteld via het Marktprogramma VDP en is te downloaden via de website van WUR.
Alleen opschalen is niet genoeg
De WUR-analyse is één van de bouwstenen voor verder beleid. Daarnaast wordt gewerkt aan een BioMonitor, waarmee de impact op bedrijfsniveau beter gevolgd en verbeterd kan worden.
Belangrijk is ook dat de markt meegroeit. Als de productie van biologische zuivel hard stijgt, maar de verkoop achterblijft, komt de opbrengstprijs onder druk. Daarom werkt de regiegroep ook aan promotie richting consumenten.
Bron: Markprogramma Verduurzaming Dierlijke Producten en Wageningen University & Research (WUR)